Amsterdam, Maandag 21 juli 2025, 13:30 UTC

Welkom bij het Pinaborg Journaal op mijn newsletter website: pinaborgjournaal.com, een WordPress site. Mijn naam is Paul (P.M.) Grätz, mijn locatie is Amsterdam, de hoofdstad van Nederland. De eerste bijdragen aan het journaal, vanaf Zondag 16 oktober 2022, 14:00 UTC, verschenen eerder op mijn websites Pinaborg.com, gehost in Nederland bij het Amerikaanse GoDaddy, en nieuwpinaborg.nl, vanaf 2024 bij het Nederlandse InterNLnet. Aangezien de allereerste bijdrage niets aan actualiteit heeft verloren, zal deze hier enigszins geredigeerd een nieuwe publicatie ondergaan. Voor nu lijkt het me wijs om zo kort na de migratie naar pinaborgjournaal.com al te herhalen dat mijn journaal geen commentaar inhoudt op de actualiteit of het nieuws van de dag. Het actuele nieuws wordt inmiddels onmiddellijk al voorzien van commentaar, en dat zou erop kunnen wijzen dat mijn journaalbijdragen toch op dit nieuws zijn afgestemd om er een eigen commentaar van af te kunnen leiden; wat niet zo is. Natuurlijk kan door vrije associatie ook dat wat niet is bedoeld als commentaar op de actualiteit toch zo worden opgevat, maar dat zou op zich al wijzen op motieven of intenties voor een journaal en daarmee het karakter van de inhoud gaan bepalen.

Mijn journaal is bedoeld om gedachten te ordenen en het schrijven weer te gaan beoefenen na een periode van onthouding. Het bereik is terug te vinden in de verhouding tussen overheid en individualiteit, binnen de grenzen van openheid en veiligheid. Mijn gedachten worden daarbij niet gestuurd door overtuiging of beogen overreding.

Een waarschuwing vooraf: ook de nieuwe teksten van het dagboek verschijnen onmiddellijk, dat wil zeggen, zodra ze worden opgeschreven, op de Pinaborg Journaal website. Dit betekent dat bestaande dagboekfragmenten pas worden beschouwd als definitief ‘gezet’ wanneer een nieuwe datum en tijd voor een nieuwe tekst wordt aangegeven. Tot die gelegenheid zich voordoet kunnen oude teksten nog worden aangepast. Denk hierbij evenwel aan verbeteringen, en geen structurele veranderingen.

NB: Om de lezer te helpen worden de oude bijdragen voorzien van de oorspronkelijke datum- en tijdnotaties.

Hoewel het volgende onmiddellijk al door de lezer zou kunnen worden beoordeeld als strijdig met de loop van de geschiedenis, kan HI (Human Intelligence) voor even en bij wijze van experiment AI (Artificial Intelligence) vervangen als voorwerp van aandacht. De loop van deze geschiedenis brengt ons dan terug naar het einde van de jaren tachtig van de vorige eeuw en de decemberuitgave 1989 van het tijdschrift Scientific American. Een columnist van het tijdschrift, de wiskundige A.K. Dewdney, besprak op blz. 90 in een bijdrage, getiteld: ‘COMPUTER RECREATIONS (A Pandora’s box of minds, machines and metaphysics’), het boek The Emperor’s New Mind van de gevierde Britse scientist Roger Penrose. In dit boek, wat toen net was uitgekomen, kwam de Turing-test aan de orde, een bekende test ooit ontwikkeld door de Britse code breaker A.M. Turing om te kunnen vaststellen dat, wanneer bepaalde vragen worden gesteld aan achtereenvolgens een mens en een intelligente machine, en er bij de beoordeling van de antwoorden geen verschil zou kunnen worden opgemerkt, de test daarmee geslaagd zou zijn.

Meneer Dewdney citeert meneer Penrose die beargumenteert dat ‘het alleen maar uitvoeren van een succesvol algoritme op zich niet kan betekenen dat hierbij enige vorm van begrijpen heeft plaatsgevonden.’ Hij breekt hiermee een lans voor zuiver menselijke intelligentie. In zijn stuk betrekt de columnist vele voorbeelden van andere testen die opdoken in de populair-wetenschappelijke publicaties van de jaren tachtig, maar hij beneemt daarmee enigszins het zicht op waar hij zélf precies naartoe wil in zijn bespreking. De kritiek van meneer Penrose zou wellicht ook wat voorbarig zijn geweest, want hij moest na de oproer veroorzaakt met zijn boek toegeven dat de naamgever van de Turing-test zelf al een caveat had geopperd, inhoudende dat wat in zijn tijd misschien nog niet mogelijk was, later zeker tot de mogelijkheden zou kunnen gaan behoren.

Meneer Penrose, indien hij met zijn opmerking bedoelt te zeggen dat een dergelijk bewijs van de intelligentie van een machine alleen uit het ongerijmde kan worden geleverd, doordat er geen verschil kan worden vastgesteld, heeft in dat geval gelijk met zijn bewering. Verificatie of falsificatie van een antwoord op een vraag zou, om geen verschil meer te laten ontstaan tussen antwoorden van een mens of een machine, ook door de machine moeten kunnen plaatsvinden. Hiertoe dienen dan de vervolgvragen die op hetzelfde onderwerp betrekking hebben. In de tijd van meneer Turing kon dat nog niet, in de huidige tijd wordt er een mouw aan gepast door de machine met veel meer rekenkracht te laten doorvragen tot die vragen worden gesteld waar wél een passend antwoord op kan worden gevonden. Bij rekenkundige bewerkingen is dat niet nodig, want een machine kan worden ‘aangeleerd’ om rekenkundige bewerkingen correct uit te voeren. Bij zinnen in een natuurlijke taal geformuleerd, komt hierbij eerst nog een betekenisleer aan de orde. Kan een machine worden aangeleerd om de betekenis te begrijpen van een zin gesteld in een natuurlijke taal?

Eveneens kan hierbij gewezen worden op het aan tijd gebonden zijn van taalgebruik. Wanneer blijkt in de taalpraktijk dat een geprogrammeerd antwoord in een natuurlijke taal niet of niet meer begrepen wordt, dan doet zich precies dat voor wat bij natuurlijk taalgebruik ook kan gebeuren wanneer mensen in hun communicatie woorden gebruiken waarvan ze de betekenis niet of niet meer begrijpen. Het is zelfs zo dat de machine hier een voordeel biedt boven de mens, want in het antwoord gegeven door het algoritme kan van een term worden vermeld dat het hier verouderd taalgebruik betreft.

Derhalve, in het computerspel van taal en betekenis kan een verstandelijk vermogen worden geïmiteerd dat niet onmiddellijk programmeerbaar is zoals met taal aangeleerde intelligentie, maar terug te vinden is bij de herkenning van taaleigen gedachtensyntheses. Hierbij kan worden gedacht aan intuïtieve syntheses. Het voordeel van deze syntheses is dat ze kunnen worden begrepen zonder concepten te hoeven gebruiken, wat van pas komt bij ongeletterdheid van vragenstellers. Laten we een voorbeeld nemen. Het Engelse ‘intelligence’ kent een vergelijkbaar taalgebruik met het Nederlandse ‘intelligentie’, maar in overdrachtelijke zin krijgt de term, zeker samen met het eveneens Engelse ‘human’, in ‘humint’ een andere toepassing. Humint is jargon en een begrip. Een vergelijkbare waarneming biedt ‘intelligente machine’. Het is te beredeneren dat ‘intelligentie’ hier overdrachtelijk wordt gebruikt, en indien hiermee geen bestaand begrip is te verbinden, dan duidt dit op een intuïtieve synthese. Kennis door begrippen is altijd gebaseerd op kennis door intuïtie, en kennis door intuïtie is altijd gebaseerd op kennis door waarneming. [2]

De kracht van de taalvorm wordt niet pas teruggevonden in het conceptuele denken, maar is ook al vormend werkzaam in de omvang en het bereik van de intuïtie en de waarneming. Ook hier is presentatie inmiddels vervangen door representatie, met behoud van betekenis. Taaluitingen die een vergelijkbare inhoudelijke betekenis hebben, zijn, zoals bij de toepassing van stijlfiguren, onmisbaar voor een geslaagde intuïtieve synthese van letterlijk en figuurlijk taalgebruik, eventueel aangevuld met leenwoorden afkomstig uit andere talen. De taalvorm beschouwd als een artistieke vorm bracht lang geleden al de suggestie voort van kunst als ‘figuurlijke metafysiek’ (Henri Bergson). Wanneer de intuïtie wordt toegevoegd aan het algoritme, kan er een wedergeboorte voor de dialoogvorm in de literatuur in het verschiet liggen.       

Een bron van kennis is nooit te raadplegen zonder enige voorkennis van de aanwezigheid en beschikbaarheid van kennis bij de bron. Voorkennis is wat de bron nodig heeft om kennis op verzoek voort te brengen. Zoals een zoekterm die tot zoekresultaten leidt. Of een vraag die het gewenste antwoord oplevert. Voorkennis is wat de raadpleger nodig heeft om de juistheid van opgevraagde en opgehaalde kennis te kunnen beoordelen. Voorkennis, tenslotte, maakt het raadplegen van verschillende bronnen van kennis eenvoudiger, en steeds eenvoudiger naarmate meer bronnen worden geraadpleegd. Hierin gaat evenwel een risico schuil.

Bij het raadplegen van meerdere bronnen zal er een nieuwe bron van kennis ontstaan, voortgekomen uit een vermenigvuldiging van voorkennis. Maar voor wie kan deze bron dan van nut zijn? De oorspronkelijke bronnen van kennis zijn nog steeds bruikbaar en beschikbaar. Wellicht is deze nieuwe bron van kennis meer van nut voor hen die niet over enige voorkennis beschikken, of meer zekerheid nodig hebben dan voorhanden is met slechts voorkennis. En dan is er natuurlijk altijd nog de kennis waarvan men niet wist dat men die nodig had tot men die nodig bleek te hebben.

Het mag duidelijk zijn dat de hier behandelde voorkennis een andere is dan de voorkennis van de bekende revueartiest in een theaterprogramma met losse sketches. Hij weet dat in de zaal het publiek al klaar zit om in lachen uit te barsten. Hij weet dat het gegrinnik al begint wanneer hij opkomt en nog voordat hij zijn stem laat horen. Hij kent even goed als zijn publiek het spel van anticipatie.

Aan kennisverwerving ligt een gedeelde werkelijkheid ten grondslag van handelingsbekwaamheid en zingeving aan handelen. Overdracht van kennis is niet gebonden aan andere bronnen dan die voorkomen in deze werkelijkheid. Bronnen van kennis als verzamelingen ontleend aan de praktijk van leven met de werkelijkheid functioneren als een aanvulling en correctie op een natuurlijk proces van het opdoen van kennis. Er is nooit een strak onderscheid te maken tussen theorie en praktijk. Een brug daartussen wordt gevormd door voorkennis. In de praktijk wordt vooruitgelopen op theoretische kennis door voorkennis van de leerstelligheid van theorieën. In een theorie wordt rekening gehouden met de onvoorspelbaarheid van de praktische toepassing, door voorkennis van problemen bij de uitvoering.

In de voorafgaande journaalbijdrage werd genoteerd dat er bij het raadplegen van meerdere bronnen van kennis, een nieuwe bron van kennis zal ontstaan, voortgekomen uit een vermenigvuldiging van voorkennis. Een paar maanden later in 2023 brak AI door de dijken van zelfbescherming heen van de gevestigde en met hun eigen archieven werkende leveranciers van kennis door informatie. Is hier sprake geweest van voorkennis?

Niet naar aanleiding van informatie daaromtrent. Het is altijd al wetenswaardig geweest wat er achter de schermen gebeurt met de resultaten van het gebruik van zoekmachines. De vraag: “Hebt u gekregen wat u vroeg?”, of: “Bent u hiermee geholpen?”, of: “Kan ik u nog met iets anders van dienst zijn?” wordt niet voor niets gesteld. De gebruikers zorgen zélf voor een toename van kennis die bij verdere verzoeken kan worden doorgegeven. De zekerheid van het juiste antwoord neemt toe bij een toegenomen tevredenheid bij stellers van dezelfde vraag. Hierbij geldt eerst dat een vraag om te beginnen een geschikt antwoord moet kunnen opleveren. Wat daar verder bij helpt is dat vragen zo nauwkeurig mogelijk worden gesteld, zodat antwoorden niet teveel afwijken van elkaar. Tenslotte kan er ook bij een geslaagd antwoord altijd worden doorgevraagd, wat het bereik van de vraag verruimt, en het zoeken naar één geschikt antwoord niet meer nodig maakt. Er zijn dan meerdere op zich relevante antwoorden mogelijk.

Het mag duidelijk zijn dat intelligence altijd bij de vragenstellers begint, zoals de vroegste denkers al wisten.

Nog een persoonlijke noot:

Enige tijd geleden werd Microsoft Bing, ondersteund door AI, gevraagd om verduidelijking nadat ik een vraag had gesteld met betrekking tot de filosofie van John Locke, een bekende Britse empirist uit de Verlichtingstijd. Dit naar aanleiding van een werk van mij in voorbereiding op dit moment. In het gegeven antwoord kwamen twee termen voor, constant en variable, die ik niet kon terugvinden in mijn exemplaar van zijn hoofdwerk, An Essay concerning Human Understanding. In de conversatie daaropvolgend met de intelligente machine bleek dat die termen er door anderen bij bedacht waren om meer duidelijkheid te verschaffen omtrent zijn soms lastige werk. Toen ik enige tijd later mijn eigen archief met werk van jaren geleden aan het doorzoeken was, stuitte ik op een exemplaar van een document wat ik toen al naar aanleiding van een studie naar het Britse empirisme had samengesteld en ook op een eerdere website had gepubliceerd. Daar vond ik die twee termen terug die ik dus blijkbaar zelf had toegepast om zijn essay in perspectief te plaatsen. Ik was verrast. Toen ik dit vervolgens doorgaf kwam er als antwoord een emoji die een knipoog gaf. Een menselijke robot. Later nam de verbazing af, want afgaande op de nul (0) reacties die ik toen had mogen ontvangen op mijn werk en publicatie (want hoe dat moest online, moest men toen zélf maar uitzoeken), was ik ook niet meer zo geïnteresseerd in mijn auteursrecht, dat wil zeggen: het recht om als auteur van een publicatie geboekstaafd te blijven. Ik had er niet meer aan gedacht en was doorgegaan met andere websites. Toch blijft dit auteursrecht wellicht een interessant onderwerp voor een volgende journaalbijdrage over artificial intelligence. [Zie in dit kader de bijdrage van 15 maart 2025]

There is perhaps no department of literature which has been less the object of cultivation, than the Art of Translating. Even among the ancients, who seem to have had a very just idea of its importance, and who have accordingly ranked it among the most useful branches of literary education, we meet with no attempt to unfold the principles of this art, or to reduce it to rules. In the works of Quinctilian, of Cicero, and of the Younger Plini, we find many passages which prove that these authors had made translation their peculiar study; and, conscious themselves of its utility, they have strongly recommended the practice of it, as essential towards the formation both of a good writer and an accomplished orator. But it is much to be regretted, that they who were so eminently well qualified to furnish instruction in the art itself, have contributed little more to its advancement than by some general recommendations of its importance. If indeed time had spared to us any complete or finished specimens of translation from the hand of those great masters, it had been some compensation for the want of actual precepts, to have been able to have deduced them ourselves from those exquisite models. But of ancient translations the fragments that remain are so inconsiderable, and so much mutilated, that we can scarcely derive from them any advantage.

To the moderns the art of translation is of greater importance than it was to the ancients, in the same proportion that the great mass of ancient and of modern literature, accumulated up to the present times, bears to the general stock of learning in the most enlightened periods of antiquity. But it is a singular consideration, that under the daily experience of the advantages of good translations, in opening to us all the stores of ancient knowledge, and creating a free intercourse of science and of literature between all modern nations, there should have been so little done towards the improvement of the art itself, by investigating its laws, or unfolding its principles. Unless a very short essay, published by M. D’Alembert, in his Mélanges de Littérature, I have met with nothing that has been written professedly upon the subject. The observations of M. D’Alembert, though extremely judicious, are too general to be considered as rules, or even principles of the art; and the remarks of the Abbé Batteux are employed chiefly on what may be termed the Philosophy of Grammar, and seem to have for their principle object the ascertainment of the analogy that one language bears to another, or the pointing out of those circumstances of construction and arrangement in which languages either agree with, or differ from each other.

While such has been our ignorance of the principle of this art, it is not at all wonderful, that amidst the numberless translations which every day appear, both of the works of the ancients and moderns, there should be so few that are possessed of real merit. The utility of translations is universally felt, and therefore there is a continual demand for them. But this very circumstance has thrown the practice of translation into mean and mercenary hands. It is a profession which, it is generally believed, may be exercised with a very small portion of genius or abilities. “It seems to me,” says Dryden, “that the true reason why we have so few versions that are tolerable, is, because there are so few who have all the talents requisite for translation, and that there is so little praise and small encouragement for so considerable a part of learning.” Pref. to Ovid’s Epistles.

It must be owned, at the same time, that there have been, and that there are men of genius among the moderns who have vindicated the dignity of this art so ill-appreciated, and who have furnished us with excellent translations, both of the ancient classics, and of the productions of foreign writers of our own and of former ages. These works lay open a great field of useful criticism; and from them it is certainly possible to draw the principles of that art which has never yet been methodized, and to establish its rules and precepts. Towards this purpose, even the worst translations would have their utility, as in such a critical exercise, it would be equally necessary to illustrate defects as to exemplify perfections.

An attempt of this kind forms the subject of the following Essay, in which the Author solicits indulgence, both for the imperfections of his treatise, and perhaps for some errors of opinion. His apology for the first, is, that he does not pretend to exhaust the subject, or to treat it in all its amplitude, but only to point out the general principles of the art; and for the last, that in matters where the ultimate appeal is to Taste, it is almost impossible to be secure of the solidity of our opinions, when the criterion of their truth is so very uncertain.’        

Afscheid te moeten nemen van Pinaborg.com alvorens naar nieuwpinaborg.nl te verhuizen, betekent ook dat internet provider GoDaddy wordt verlaten om terug te keren naar InterNLnet, een van de eerste aanbieders van Internet met thuiscomputer en modem in Nederland. Van oorsprong Amerikaans, veroverde GoDaddy met lage prijzen ook dit land aan het begin van de 21ste eeuw, de vroege jaren van het commerciële Internet. Wat was de achtergrond van dit afscheid?

Klanten van GoDaddy kunnen tegen een vergoeding in geld, jaarlijks afgeschreven van hun creditcardrekening, een account krijgen met een klantnummer, en onder meer domeinnamen, domeinbescherming, een hosting contract met, eventueel, SSL-bescherming, e-mailadressen, en misschien ook een dedicated IP-adres verwerven.  Domeinnamen werden reeds in de vroege jaren van het commerciële Internet verhandeld. Slimme entrepreneurs kochten vele domeinnamen om deze weer te kunnen verkopen aan individuen, bedrijven en overheden die er pas laat aan hadden gedacht om dat zelf te gaan doen. Bij GoDaddy kan er, wanneer een eigen website veel verkeer trekt, zelfs een geregistreerde aanmelding worden gekocht voor een nog te houden veiling van deze website. Net als bij alle andere aangekochte diensten, kan ook deze aankoop jaarlijks worden verlengd. Het internetbedrijf zorgt zélf voor de berekening van de waarde van de websites die worden beheerd. Het geeft geen inzicht in hoe deze waardering tot stand komt, maar waarschijnlijk is het aantal (terugkerende) bezoekers daarbij van belang. Domeinbezitters die zelf geen webshop exploiteren hebben daarmee ook hun eigen ‘verdienmodel’. Het geeft hen de kans om wat terug te krijgen voor de gemaakte kosten en hun harde werk om de website interessant te maken en te houden voor het Internet en zijn gebruikers. De veiling van domeinnamen is een typisch initiatief van een bedrijf dat weliswaar lage tarieven hanteert, maar wel voortdurend nieuwe diensten blijft aanbieden, hoe gering de dienst en de vergoeding daarvoor ook mogen zijn.

Zo betaalde ik al geruime tijd 7,25 euro voor de maandelijkse verlenging van een abonnement Dedicated hosting-IP. Ik had ontdekt dat nieuwe hosting klanten bij een abonnement SSL encryptie automatisch een dedicated IP-adres tegemoet konden zien, en zocht contact met de klantenservice met de vraag waarom een oude klant die braaf ieder jaar had betaald voor een SSL encryptie niet ook een dergelijke aanbieding kon worden gedaan. Dit bleek een lastige vraag te zijn. Mij werd na enige tijd en veel doorvragen door een manager duidelijk gemaakt dat voor legacy customers zoals ondergetekende geen uitzondering kon worden gemaakt. Klantenbinding is niet een sterk punt van GoDaddy.

Aangezien nieuwe nog niet opgeëiste domeinnamen niet meer zo gemakkelijk te vinden zijn als vroeger, kan een interessante website met een goede naam in relatief korte tijd al genoeg boekhoudkundige goodwill hebben opgebouwd voor een geslaagde verkoop. GoDaddy profiteert daar dan ook van door ‘veilingkosten’ in rekening te brengen. Het bedrijf biedt ook klanten het gebruik aan van Plesk, een onafhankelijk beheer- en uploadprogramma, en maakt verder nog reclame voor Microsoft Office.

Op 15 oktober 2024 ontving ik een e-mail afkomstig van GoDaddy, en een dag later, op 16-10-2024, toen ik wat meer tijd had, besloot ik de e-mail te gaan lezen. In de mail werd ik op de hoogte gebracht van het ontbreken van betalingsgegevens in mijn account. Vermoedelijk had men tevergeefs een automatische afschrijving willen laten plaatsvinden van mijn creditcardrekening. Om mij te helpen daar iets aan te doen was met de e-mail een actieve hyperlink meegestuurd die mij onmiddellijk zou gaan verbinden met de pagina payment methods van mijn account. In de aanhef van de e-mail stond rechts bovenaan voor mijn informatie nog mijn klantnummer, 470706. Ik had dit nummer ooit ingevoerd als gebruikersnaam bij de eerste inlog op mijn account, en was dit in het vervolg om redenen van veiligheid ook blijven gebruiken in plaats van een naam. Na eerst de e-mail goed bestudeerd te hebben en het afzenderadres te hebben gecontroleerd, besloot ik de hyperlink te volgen. Ik kreeg onmiddellijk toegang tot de genoemde pagina, en tot mijn verrassing zag ik dat alle gegevens van mijn creditcard inderdaad ontbraken. Dit had ik niet zélf veroorzaakt, dat wist ik zeker. Ook had ik niemand anders toestemming gegeven om een handeling namens mij te verrichten met dit gevolg.

Mijn Platinum Mastercard credit card van de ING was oorspronkelijk uitgegeven door de Postbank, maar werd overgenomen door de ING in 2009. Ik had jaren geleden de gegevens eigenhandig ingevuld toen ik klant werd van GoDaddy en ik had deze pagina niet meer bezocht, niet in mijn herinnering en ook niet recentelijk. Er was ook nooit eerder aanleiding voor geweest.

Uiteraard vroeg ik mij af wie daar verantwoordelijk voor was geweest, en waarom dat had plaatsgevonden. Ik had ooit wel eens, maar in een ander verband, een probleem gehad met phishing, en was dus gewaarschuwd om deze gegevens niet onmiddellijk weer aan te vullen. In plaats daarvan nam ik aan de computer gezeten contact op met de Customer Service van GoDaddy, een call centre in India, en legde hen het probleem voor. De persoon van de klantenservice reageerde enigszins verontwaardigd ten aanzien van mijn aarzeling om de gegevens weer aan te vullen en bezwoer mij dat GoDaddy een ‘big and respectable company’ was. Hij kon echter ook geen verklaring bedenken voor het ontbreken van deze gegevens en kon mij evenmin vertellen wie daar verantwoordelijk voor was geweest, iemand van buiten het bedrijf of wellicht werkzaam bij het bedrijf. Hij was het wel met mij eens toen ik opmerkte dat als dit een hack zou zijn geweest de beveiliging van GoDaddy zou moeten worden aangescherpt, en als dit vanuit GoDaddy was gebeurd, het bedrijf even goed een serieus probleem zou hebben om dit aan een getroffen klant uit te leggen. Ik beëindigde mijn gesprek met de Customer Service en besloot toen om in de ING app op mijn smartphone te bezien of er een bedrag klaarstond om afgeboekt te worden van de creditcard, en dat bleek ook het geval te zijn. Het betrof een bedrag van 5,55 euro voor het jaarlijkse lidmaatschap GoDaddy-veilingen met DomainAlert (R). Ik heb toen de gegevens van de creditcard in mijn account weer ingevuld en dit bedrag is ook later, op 20-10-2024, afgeboekt. Hoewel ik nog steeds boos was, meende ik er goed aan te doen om van mijn kant de zaak niet meteen al op de spits te drijven. Wél belde ik ook nog de ING bank, legde hen kort uit wat er was voorgevallen, en vroeg toen om een nieuw creditcardnummer. Die werd mij toegezegd met behoud van saldo en de card trof ik ook drie dagen later in mijn brievenbus aan. Die werd onmiddellijk door mij geactiveerd.

Mijn stemming werd er niet beter op toen ik een dag later ontdekte dat de hyperlink in de e-mail van 15-10-2024 maar één keer kon worden gebruikt, en ik geen toegang meer kon krijgen tot mijn account met mijn gebruikersnaam/klantnummer en wachtwoord. De verificatie met sms-berichten was inmiddels vervangen door een Google Authenticator, die ik ook op mijn smartphone heb staan, maar die werkte niet goed; de cijferreeks moet worden voorafgegaan door de naam van de partij waar men op in moet loggen, anders werkt het niet. Na het inloggen vele malen te hebben geprobeerd en ook alle manieren om in te loggen te hebben afgewerkt, maar nog steeds staande voor een gesloten deur, begon ik mij voor het eerst ongerust te voelen. Die ongerustheid piekte toen ik plotseling een nieuw accountpagina-sjabloon aantrof in mijn browser, met een compleet nieuw klantnummer, 40937237. Dit werd bevestigd per e-mail van 16-10-2024 op een oud e-mailadres van InterNLnet, wat ook het e-mail-adres was dat door mij was doorgegeven aan GoDaddy toen ik klant werd. Een compleet nieuw account zou immers betekenen dat ik alles wat nodig is voor mijn website opnieuw zou moeten aanvragen, reserveren en betalen. Nog afgezien van de te voorziene extra kosten die ik daarvoor zou moeten maken,  bekroop mij het vermoeden dat dit ook geen oplossing zou gaan vormen en dat er wellicht meer achter zat. Ik had niet alleen nooit eerder betalingsachterstanden gehad, maar het ofwel zélf misbruik maken van door mij te goeder trouw doorgegeven betalingsgegevens, ofwel er tenminste onvoldoende voor zorg te hebben gedragen dat anderen dat zouden kunnen gaan doen, aangevuld met het aan mij de toegang ontzeggen tot mijn persoonlijke account, duidde mijns inziens op een gerichte actie om eenzijdig en radicaal een langlopende zakelijke overeenkomst te ontbinden.

Een andere Customer Service medewerker met wie ik wat later op de dag schriftelijk communiceerde via hun Chatbox gaf aan dat er nog een mogelijkheid was om een verloren account terug te vinden. Ik zou het internetadres changeupdate.com moeten gaan zoeken, om een Account Recovery Form te kunnen invullen. Deze mensen zouden weliswaar wat meer gegevens van mij nodig hebben, maar als dat voor mij geen bezwaar zou zijn, dan zouden deze specialisten wellicht mijn verloren account kunnen achterhalen. Dit leek mij sterk, want als er behalve met mijn creditcardgegevens, ook nog iets niet in orde zou kunnen zijn met mijn naam of mijn adres, mijn postcode en huisnummer of mijn telefoonnummers, mijn doorgegeven e-mailadressen of de ‘geheime’ pincode waar GoDaddy ooit om had gevraagd, en die je ook aan de chatbox moet meegeven ten bewijze van wie je bent, hoe zou een kleurenfoto van de inhoud van mijn paspoort om mee te sturen naar het zgn. Account Recovery Team dan wél aanvaardbaar genoeg kunnen zijn voor doeleinden van identiteitscontrole? Niettemin besloot ik om dit toch te doen, ook weer om blijk te geven van mijn onschuld in deze. Ik ontving toen een e-mail van dit Team, en daarbij viel het mij op dat deze mail geen enkele verwijzing bevatte naar GoDaddy. Men zou nog contact met mij opnemen. Ik besloot om de mail retour te sturen met een antwoord, maar die kwam per kerende post een dag later weer terug: Mail delivery failed; Access denied. Het was blijkbaar niet de bedoeling dat de e-mail werd teruggestuurd naar care@services.secureserver.net. (Ook hier geen logo van GoDaddy.) Een paar dagen later kreeg ik een nieuwe e-mail van dit team. Blijkbaar vond men het nodig om mij ten behoeve van een ‘further review’  te vragen om een ‘selfie’ met mijn geopende paspoort in mijn hand. Een absurd verzoek. De pasfoto voldoet aan de strenge eisen van de Nederlandse autoriteiten en kunnen daarmee dus eveneens toereikend worden geacht voor alle buitenlandse autoriteiten. Is dit Account Recovery Team een buitenlandse autoriteit die aan mensen in Nederland een controleerbaar identiteitsbewijs mag vragen? Aangezien in beide e-mails van het team bovendien geen retour-emailadres was meegegeven, besloot ik om het contact met hen niet voort te zetten. De Customer Service medewerkers met wie ik wél contact heb gehad, telefonisch en via de chatbox, gaven eensgezind aan dat alleen de klant zélf abonnementen kan opzeggen. Ik kon dus niet meer om het feit heen dat dit mij onmogelijk werd gemaakt door mij ondertussen drie verschillende nieuwe GoDaddy accounts met accountnummers te hebben bezorgd. Na onderzoek van mijn verschillende e-mailadressen vond ik immers nog twee nieuwe klantnummers, respectievelijk met de nummers 629386545 (op 30-11-2024, via gmail), en 634908237 (op 1-12-2024, eveneens via gmail).

Toen ik geen toegang meer kreeg tot mijn GoDaddy account 470706, maar nog wel via Plesk toegang had tot de bestanden van Pinaborg.com, en ik op 2-12-2024 een ‘dringende mededeling’ kreeg van GoDaddy om mijn abonnement Windows Hosting voor Pinaborg.com niet later dan op 7-12-2024 te verlengen voor een jaar, liet ik dit voorlopig maar even rusten, want ik kon uiteraard ook niet meer mijn nieuwe creditcardnummer invullen op de pagina payment methods van mijn account 470706. (Het is opmerkelijk dat rechtsboven in de e-mail nog steeds het klantnummer 470706 stond vermeld.) Ik ben nog steeds eigenaar van de domeinnamen pinaborg.com, pinaborg.nl, en pinaborg.eu, maar die zouden waarschijnlijk ook niet meer beschikbaar zijn voor bestellingen gedaan op een van de andere accountsjablonen met klantnummers die mij waren uitgereikt. Ik zag me geplaatst voor een situatie waarbij mij niets anders meer restte dan een ander internetbedrijf te verzoeken om namens mij een nieuwe domeinregistratie te verrichten met een nieuw hosting contract, inclusief SSL-versleuteling. InterNLnet, waarmee ik al sinds 1994 een hosting contract had en ook een abonnement webmail heb, bleek bereid om mij daarbij te helpen. De kosten daarvoor zouden dan bovenop de kosten komen van het verlies van mijn website pinaborg.com, doordat ik deze website ook niet meer zou kunnen aanbieden ter veiling om alzo nog wat baten te kunnen verwerven en verrekenen.

[Aanvulling van heden, 11-8-2025. Wie zoekt naar Pinaborg.com op het Internet, vindt sinds enige tijd een bericht van GoDaddy waarin mijn domein te koop wordt aangeboden. De lezer zal begrijpen dat, mochten er nog twijfels hebben bestaan bij mij of ik dit bedrijf nog zo zou moeten blijven bekritiseren als ik heb gedaan, ik dat met onmiddellijke ingang zonder enige spijt zal blijven doen.]

Op 1 december 2024 is door mij online aangifte gedaan bij de politie inzake een poging tot fraude met betaalproducten online. Door hen is op 7 december 2024 ter zake proces-verbaal opgemaakt. Na een aanvulling op mijn aangifte is hun onderzoek definitief gestopt op 8 december 2024. Ik heb hen toen verzocht om deze aangifte in 2 delen te bewaren tot nader order.

Eenieder die benieuwd is naar de afloop van het geschreven afscheid van Pinaborg.com, en zich wellicht mede daardoor nog niet volledig heeft kunnen laten overtuigen van de onschuld van ‘de kleine klant in zijn gevecht met het grote bedrijf’, zal met de onderhavige bijdrage meer stof tot nadenken worden geboden.

De meest recente ontvangen e-mail van GoDaddy, Inc., van 27-12-2024, vermeldt dat Windows Hosting Betaalbaar [voor Pinaborg.com] uit mijn account is verwijderd. Voor alle duidelijkheid wordt aangegeven dat dit ‘product’ door mij is verwijderd of geannuleerd. Een waarschuwing:

‘Dit gebeurt er als je een product verwijdert of annuleert. Verwijderde producten worden meteen uit je account verwijderd. Geannuleerde producten kunnen niet meer worden vernieuwd.’ ( … ) ‘Je ontvangt mogelijk andere bevestigingsberichten als we andere producten hebben verwijderd.’ 

Er is hier sprake van wollig taalgebruik. Bedoeld wordt blijkbaar dat een product wordt beschouwd als impliciet geannuleerd wanneer een automatische afschrijving van een geldbedrag ter verlenging van een abonnement niet heeft kunnen plaatsvinden. Als het product nog niet is verwijderd door de klant zelf, dan zal dit alsnog worden gedaan door het internetbedrijf. En terugkomen op een beslissing tot verwijderen of annuleren helpt niet; het is definitief. 

De Nederlandse tekst van de e-mail is een vertaling van een vermoedelijk in eerste instantie in Amerikaans Engels geschreven brontekst. Hieronder nog een voorbeeld, dit keer rechtstreeks uit de eveneens vertaalde Universele Servicevoorwaarden-overeenkomst van GoDaddy, waarmee elektronisch (middels een hyperlink) dient te worden ingestemd om gebruik te kunnen maken van hun diensten.

‘Vertaalde versies van juridische overeenkomsten en beleidsregels zijn uitsluitend bedoeld om het lezen te vergemakkelijken en het inhoudelijke begrip van de Engelse versies te vergroten. Deze vertalingen worden niet verschaft als wettelijk bindende overeenkomst en zijn geen vervanging voor de Engelse versies, die als enige wettelijk geldig zijn. In geval van een geschil of conflict zijn uitsluitend de Engelse versies van de juridische overeenkomsten en beleidsregels van toepassing en hebben deze voorrang boven de voorwaarden in elke andere taal.’  

Impliciet wordt er hier op gewezen dat de voertaal van een eventueel geschil het Engels zal zijn, hoewel de taal van de tekst expliciet Nederlands is. Hoe kan dit? Iemand die in Nederland een internetbedrijf zoekt en daarbij de website van GoDaddy op het Internet vindt, wordt doorgeleid naar de Nederlandse versie van de website. Bij mijn weten heeft het bedrijf ook in Nederland, in Amsterdam Zuidoost, zijn servers staan. Een blik op de Customer Service telefoonnummers leert ons dat de wereld waarin het bedrijf zaken doet is onderverdeeld in landen, continenten of delen van continenten. Het bedrijf doet overal zaken in alle talen. 

Tenzij service in het Engels een afwijkende inhoud heeft vergeleken met dienstverlening in het Nederlands, zal de argeloze bezoeker die klant wil worden, en, zoals zo vaak gebeurt, de voorwaarden niet goed leest en vrijwel ongezien tekent voor instemming met deze voorwaarden, voor een onaangename verrassing komen te staan wanneer dit ‘grote en eerbiedwaardige’ bedrijf fouten heeft gemaakt. Wellicht dient dus onder service iets anders te worden verstaan, zoals bijvoorbeeld onderhoud. Toch is er een andere weg die kan worden gevonden om van juridische problemen gevrijwaard te blijven. 

Voor alle producten die worden aangeboden geldt dat het bedrijf deze onder licentie aanbiedt; dat wil zeggen, de klant krijgt verlof van de eigenaar van een product, de licentieverlener, om zijn product te gebruiken. Dit is vergelijkbaar met de toestemming die de klant, de licentiehouder, verleent aan zijn bank om een regelmatige automatische afschrijving te laten plaatsvinden ten gunste van de licentieverlener. Tegenover al deze producten die alleen onder licentie te gebruiken zijn, kan de klant dus maar één enkel product, zijn betaalproduct, inzetten in een geschil. Dit kan ook nodig zijn ter voorkoming van een geschil.  

Als ik in gebreke blijf met betalen, wanneer mijn voldoen aan mijn betalingsverplichting krachtens de overeenkomst door het ontbreken van creditcardgegevens onmogelijk is gemaakt, dan heb ik het recht als licentiehouder om mijn toestemming  in te trekken aan de licentieverlener om geld van mijn creditcardrekening te ontvangen. Dat doe ik dan door, na eerst nog de afschrijving mogelijk te maken van een nog niet voltooide overboeking van mijn oude creditcardrekening, de nieuwe creditcardgegevens te annuleren als een payment method. Deze gegevens zijn immers bedoeld ter vervanging van de niet door mij eigenhandig verwijderde oude creditcardgegevens. De producten die door de licentieverlener inmiddels reeds zijn en wellicht nog worden verwijderd zijn hierdoor eveneens impliciet geannuleerd geworden. De eventuele rekeningen daarvoor hoeven dus ook niet betaald te worden.

Het onderwerp laat mij niet meer los, want ook Go Daddy (zo hoort het eigenlijk geschreven te worden) kan niet meer stoppen. Weer e-mails, drie zelfs, van 5-1-2025, 12-1-2025, en 14-1-2025. Dit keer moet ik ervoor zorgen dat er geen e-mailaccount wordt ‘opgeschort’, namelijk Microsoft 365 E-mail Essentieel Basis, verbonden met het adres security@pinaborg.com. Nog meer e-mails waar de geadresseerde niet op kan reageren.

Toch, eerlijkheidshalve, is het niet erg waarschijnlijk dat Go Daddy een aandeel in een hack heeft gehad, dan wel er van op de hoogte is geweest, want waarom zou men maar doorgaan met het sturen van aanmaningen als de betalingsgegevens niet meer actueel zijn, en er dus geen bedragen meer worden afgeschreven. Er moet een moment komen dat men inziet dat de klant vertrokken is. Wie op het Internet zoekt naar pinaborg.com, komt terecht bij nieuwpinaborg.nl. Dat komt omdat vrij snel nadat de nieuwe website gereed was gekomen ik de inhoud van Pinaborg in Plesk heb verwijderd en in plaats daarvan een verwijzing achterliet naar de nieuwe website. Dat is een goed gebruik op het Internet.  

De geactiveerde hyperlink in de e-mail van 15-10-2024 die maar één keer te gebruiken was, blijkt een geschikte sleutel te vormen tot een beter begrip van wat er precies is voorgevallen. Een verklaring voor de e-mail kan zijn dat men de aandacht wilde vestigen op het ontbreken van de creditcardgegevens. Het lijkt onwaarschijnlijk dat men dit zou hebben gedaan als men daar zelf verantwoordelijk voor zou zijn geweest. Zou men dit hebben gedaan als men zou menen dat de klant daar verantwoordelijk voor moet zijn geweest? Dat is eveneens onwaarschijnlijk, want men kan van ieder individueel account een logboek raadplegen, om dan te moeten toegeven dat dit verwijderen dan zou hebben moeten plaatsvinden na de laatste succesvolle afschrijving van 7,25 euro van mijn oude creditcardrekening. Het lijdt dan verder geen twijfel dat ergens tussen de datums 28-9-2024 en 15-10-2024 de creditcardgegevens moeten zijn verdwenen. Als men te goeder trouw zou zijn, dan is dit een kleine window om mee in een logboek te gaan zoeken.

Misschien wilde men met dit eenmalige gebruik van een hyperlink naar de pagina payment methods in mijn persoonlijke account er blijk van geven dat men de zaak van hun kant onder controle heeft, en daarmee vooruit willen lopen op een mogelijk conflict of geschil met betrekking tot de vastgelegde verplichting van de klant om voldoende saldo op zijn bankrekening te hebben, zodat afschrijvingen kunnen blijven plaatsvinden. Men zou dan kunnen bewijzen dat men er alles aan heeft gedaan om de klant aan te sporen om zich aan deze verplichting te houden. Mocht men dit kunnen bewijzen, dan zou het logboek ook kunnen aantonen dat ik niet verantwoordelijk ben geweest voor het verdwijnen van de creditcardgegevens, omdat ik aantoonbaar in het voormelde tijdvak geen bezoek heb gebracht aan mijn persoonlijke account. Een ander bewijs is dan niet meer nodig.  

Gedachten dienen om gedeeld te kunnen worden ook begrepen te kunnen worden, en daaraan is niet onmiddellijk al voldaan wanneer daartoe een algemeen toegankelijk medium wordt gebruikt. Het is immers niet aan een medium, zoals taal, gesproken dan wel geschreven, gegeven om te beoordelen of gedachten begrijpelijk zijn, of niet. Was dat wel zo, dan zou begrijpelijkheid niet veel verder reiken dan verstaanbaarheid of leesbaarheid, dat wil zeggen, de grammaticale juistheid van onder woorden gebrachte gedachten. Het is ter verruiming van de reikwijdte dat het delen van gedachten pas plaats kan vinden wanneer er een actor aan wordt toegevoegd, die de geformuleerde gedachten heeft voorgeproefd en goedgekeurd voor mededeling. Dat kunnen eigen gedachten zijn of de gedachten van een ander. Het risico van solecisme wordt hiermee vermeden. Als de actor zijn vak verstaat, dan hoeven toehoorders of toeschouwers zich misschien ook geen zorgen te maken over het eventuele ontbreken van een spanningsboog die het begin en het eind van een taaluiting met elkaar verbindt. De tekst is geprepareerd en de presentatie is geoefend, de spreker is bekend en de waardering is vanzelfsprekend. Is dit altijd zo, telkens opnieuw weer? Is hier dan sprake van representatie?

Het is inmiddels niet meer zo eenvoudig om bij representatie, of vertegenwoordiging (krijgt hier de voorkeur), aan iets anders te denken dan aan een toestand van vertegenwoordiging, dat wil zeggen, geen oorzaak vindend in een toevallige gebeurtenis of een bijzondere omstandigheid. Een bekende toestand van vertegenwoordiging is volksvertegenwoordiging, die aan historische termijnen is gebonden, de regelmaat van verkiezingen volgt, en getuigt van een wisselende samenstelling. Dit laatste doet evenwel niet onmiddellijk denken aan een toestand. Wellicht komt dat omdat bij vertegenwoordiging onevenredig veel aandacht uitgaat naar een bedrijvende toestand, en niet naar een lijdende. De aandacht gaat uit naar en wordt vastgehouden door de actoren. De toestand van vertegenwoordiging wordt dus teruggevonden in de permanentie van een behoefte bij een lijdend publiek aan vertegenwoordiging door een bedrijvende actor.

Waar zit hier de moeilijkheid?

Bij proeflezing van het vorenstaande valt op dat een waardering van gedeelde gedachten bij representatie wordt vóórondersteld. In een toestand van vertegenwoordiging worden alleen gedachten gedeeld die al begrepen zijn. Er vindt geen toetsing meer plaats, niet aan de lijdende kant, noch aan de bedrijvende. Het is slechts door een andere waardering van de verhouding lijdend—bedrijvend, in die zin dat van een lijdende hoedanigheid een bedrijvende wordt gemaakt, dat er weer voldoende druk wordt uitgeoefend op de actor om over te gaan tot een herijking van zijn eigen vertegenwoordiging.

Het is geestverruimend om na te gaan hoe vergelijkbare termen verschillende betekenissen krijgen zonder dat dit tot verwarring leidt bij het gebruik ervan in de praktijk van het taalgebruik. Denk aan het werkwoord stemmen, vergelijkbaar met het zelfstandig naamwoord stemmen, meervoud van stem. Stemmen betekent hier een stem uitbrengen of stemmen uitbrengen, wat in een democratie met stemrecht geen verdere uitleg behoeft. Toch dient hier nog te worden opgemerkt dat een stem uitbrengen niet met het menselijk spraak-orgaan plaatsvindt, maar door het invullen van een formulier in een stemlokaal. Al deze op die manier verzamelde stemmen worden dus niet meer gehoord maar gelezen om te kunnen worden geteld.

Het gemak dient niet alleen de mens, maar ook de praktijk, maar het geeft toch te denken dat het gegeven unieke stemgeluid van een stemgerechtigde wordt vervangen door een handeling verricht op een standaardformulier in een stemhokje. Ter vergelijking: merk op dat wanneer de menselijke stem mee zou tellen, het stemgeluid op zich al voldoende is om te kunnen worden geteld, dus los van kenmerken die de stem uniek en onvergelijkbaar maken. Wat wezenlijk is aan de individuele stem, de intrinsieke waarde, wordt dus onderdrukt ten gunste van de aftelbaarheid van een hoeveelheid stemmen, zoals ook gebeurt bij het lezen en tellen van stemformulieren. Als we de menselijke stem zouden gaan wegen, dan zouden we kunnen vaststellen dat het gewicht veranderlijk is. Het zou onmogelijk blijken te zijn om de intrinsieke waarde van een stem te behouden bij toename van de hoeveelheid stemmen die men nodig acht voor een representatief verkiezingsresultaat. Hier dringt zich een vergelijking op met de praktijk van het geldverkeer.

Bij munten is er ook een verhouding tussen de waarde van de munt en de hoeveelheid. Monetair bezien neemt de waarde van een munt toe bij schaarste, dus wanneer een gegeven hoeveelheid munten niet meer voldoende blijkt te zijn om mee te werken. De waarde compenseert de beschikbare hoeveelheid. Dit is theorie. In de praktijk zorgt iemand die een rekening moet betalen dat er voldoende geld voorhanden is om dat te doen. De suggestie dat indien dat niet zo blijkt te zijn, de muntwaarde dan toeneemt en dat om die reden de prijs, de hoeveelheid geld, derhalve kan worden verminderd, wordt niet serieus genomen. Toch is dit precies wat in een vrije markteconomie zou moeten gebeuren en soms ook gebeurt. De prijs wordt aangepast, zodat de rekening kan worden voldaan. Dit is mogelijk omdat, evenals bij de stem, bij de munt de waarde eigenlijk belangrijker is dan de hoeveelheid. Het soortelijk gewicht is niet afhankelijk van de hoeveelheid. Bij een verkiezingsuitslag waarbij er een verschil zou zijn van één stem, zou er een uniek soortelijk gewicht ontstaan omdat één stem geen hoeveelheid aanduidt, maar wél de uitslag van de stemming bepaalt.

Please also visit on the Internet my website: https://tumboektoe.site